De Benedictusschool op weg naar Talentenkrachtschool



TIPS VOOR OUDERS, ook voor thuis
De Benedictusschool is gestart met een programma om meer volgens de TalentenKracht-ideeën te gaan werken. Ook thuis zijn er talloze aanknopingspunten om met uw kind(eren) de wereld om hen heen te verkennen. Jonge kinderen stellen vaak vragen over hoe iets werkt, of waarom iets zo is. We willen u graag meenemen in de ontdekkingstocht naar de talenten van uw kinderen en laten zien hoe u ook als ouder uw kind kunt stimuleren en uitdagen.

1. Open staan voor kansrijke situaties
Als u merkt dat uw kind door iets gefascineerd is, bijvoorbeeld een mooie kleurrijke bloem, kijk dan even mee. Als uw kind spontaan vraagt hoe iets werkt of waarom iets zo is, probeer het dan samen met uw kind uit te zoeken. Natuurlijk komt het niet altijd gelegen en een zin als Wat een moeilijke vraag, vraag dat maar aan …………. is heel herkenbaar. Toch liggen hier wel kansen om uw kind te ondersteunen.

2. Inhoudelijk reageren op uw kind
U bent vast geneigd om vooral met zinnen als Dat hebben jullie goed bedacht!, Dat is een mooie toren geworden, goed zeg! op uw kind teÊ reageren. Natuurlijk is dat goed maar daarnaast is het ook belangrijk om inhoudelijk in te gaan op wat uw kind doet of opmerkt. Dat hebben jullie goed bedacht, kun je me vertellen hoe het precies werkt; Dat is een mooie toren. Is hij stevig geworden?; Goed geprobeerd, maar kijk nog eens goed.

3. Het goede voorbeeld geven
U hoeft niet alles te weten of het zelf allemaal te doen. Het gaat erom dat u laat zien hoe je er mee bezig kunt zijn. Uitproberen, ontdekken, goed kijken, even nadenken, nog een andere mogelijkheid onderzoeken, geduldig en met doorzettingsvermogen, ook als het niet meteen duidelijk is of lukt.

4. Vragen stellen is een sleutelfactor
Het is een kunst om stimulerende en uitdagende vragen te stellen. Als uw kind bezig is om iets te onderzoeken, kunt u hem helpen om verder te kijken. Een voorbeeld: de knikkerbaan. Rollen alle knikkers hetzelfde; Hoe komt de knikker het snelste beneden?; Gaan alle knikkers even snel?. U kunt hem stimuleren om meer variaties uit te proberen: Wat gebeurt er als je de knikker hier loslaat?; Kun je de knikker ook in dat bakje laten uitkomen? Als uw kind iets aan het maken is, kunt u haar uitdagen om er iets bij te maken of om het te verbeteren. Bijvoorbeeld een huis van blokken: Hoe zou je het steviger kunnen maken? Hoe kun je binnenkomen? (O ik ben een deur vergeten); Is het groot genoeg voor … (de legopoppetjes)? Maak je ook een plekje voor de dieren?
Doe-vragen stellen
Dit zijn vragen waarmee u uw kind stimuleert om iets te doen. Uw kind kan antwoord geven door iets uit te proberen. Laat het kind eerst zelf aanrommelen, zodat het vertrouwd raakt met het materiaal en wat er gebeurt. Proefjes met drijven en zinken als voorbeeld: Welke vorm heeft het? Wat doet het? Wat is er anders dan daarnet? Is het zwaar? Hoe kunnen we weten welke zwaarder is? Kan in uw eigen badkamer.
Denk- en redeneervragen stellen
Probeer met uw kind een verklaring te bedenken. U kunt hem of haar helpen om er stap voor stap over na te denken. Doe dat pas na verloop van tijd als het kind al van alles heeft ontdekt. Een goede vraag is Waardoor zou dat kunnen komen?. Door de vraag zo te verwoorden, stimuleert u uw kind om te kijken wat er precies gebeurt, stap voor stap.Ê
U kunt uw kind ook laten voorspellen: Wat gaat er gebeuren, denk je?




GOEDE VRAGEN OP EEN RIJ



Vooraf, meer in het algemeen Hoe zouden we dit te weten kunnen komen?
Hoe kunnen we dit uitzoeken?
Hoe kunnen we dit aanpakken?

Doe-vragen
Tijdens de activiteit Waarnemingsvragen
Wat voel je? Hoe ziet het eruit? Waar smaakt het naar? Welk geluid maakt het? Welke vorm heeft het? Wat doet het? Wanneer gebeurt het?

Vergelijkingsvragen
Welke verschillen? Wat is er anders? Wat heeft hetzelfde als…? Wie is het langste? Wat is de beste? Hoeveel meer/ minder?

Meetvragen
Hoeveel? Hoe lang? Hoe zwaar? Hoe warm? Hoe hard?

Wat gebeurt er als…?- vragen
Wat gebeurt er als je een paperclip aan het vliegtuigje maakt? Wat gebeurt er als je op de trap gaat staan en hem dan weggooit?

Hoe kun je …? –vragen
Hoe kun je het vliegtuigje harder laten gaan? Hoe kun je hem langer in de lucht laten zweven?

Denk-Ê en redeneervragen
Na de activiteit, eventueel tijdens (in een time-out),
eventueel voorspellendÊ Hoe komt dat, denk je?
Waardoor zou dat komen?
Kun je bedenken waardoor dat komt?
Ik denk dit, denk jij dat ook?
Wat gaat er gebeuren, denk je?
Ik denk dit, zou dat kunnen?


VALKUILEN



Weet-vragen (kennis-vragen)
Hoe heet dit?
Hoe werkt dit?
Weet jij hoe het komt?

Waarom-vragen
Waarom gebeurt dat?
Hoe kan dat nou?
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Benedictusschool.
Schoolkrijtje gemaakt met website software van Ziber | Webdesign SdH Vormgeving